Tijdens mijn opleiding tot muziektherapeut heb ik onderzoek gedaan naar hoogbegaafdheid en hoe muziektherapie ingezet kan worden bij deze doelgroep. Er heerste namelijk lange tijd het idee dat mensen die hoogbegaafd zijn zo handig en slim zijn dat ze zichzelf wel redden. Ze werden als genieën gezien.
Soms kunnen hoogbegaafden zich inderdaad prima redden, ze hebben geweldige kwaliteiten! Soms is het een probleem dat de maatschappij anders werkt dat jij. “Alle mensen die op een uiterste van een spectrum zitten, hebben wel iets hebben waar ze tegen aanlopen.” zie iemand tegen me toen ik mijn onderzoek deed.
Met die problemen kunnen we in de muziektherapie aan de slag. We gebuiken daarbij jouw kwaliteiten om een balans te zoeken zodat jij beter in je vel zit. In mijn muziektherapie hoop ik dat je je begrepen voelt, dat de therapie en ik als therapeut bij je passen.
Wat is hoogbegaafdheid?
Er bestaan verschillende definities van hoogbegaafdheid. Er is geen officiële diagnose voor hoogbegaafdheid in de DSM-V, maar er worden wel vaststellingen gedaan bij verschillende praktijken. In mijn praktijk gebruik ik de volgende definitie van hoogbegaafdheid:
Hoogbegaafdheid wordt over het algemeen gekenmerkt door een IQ van 130 of hoger en drie kenmerken; hoge intellectuele capaciteiten, motivatie en een creatief denkvermogen. De mate waarin het tot uiting komt hangt samen met omgevingsfactoren zoals school, gezin en vrienden.
Het blijkt hieruit dat hoogbegaafdheid niet iets statisch is, maar dynamisch en het zich dus kan ontwikkelen, mits de omgeving hier ruimte voor geeft.
Hoogbegaafdheid werd door Howard Gardner in 1983 in verschillende domeinen opgedeeld. Zijn Multiple Intelligences-model geeft aan waar iemand een of meerdere talenten voor heeft. De domeinen zijn ondertussen uitgebreid tot: taalkundige intelligentie, logisch-mathematische intelligentie, visueel-ruimtelijke intelligentie, lichamelijk-motorische intelligentie, muzikale intelligentie, intrapersoonlijke intelligentie, interpersoonlijke intelligentie, classificeren en ordenen, ethische intelligentie, biologische intelligentie.
Velen geven echter aan dat een IQ van 130 en hoger niet altijd opgaat. Zo zouden niet alle testen voldoende inzicht kunnen geven in de verschillende gebieden waarop hoogbegaafdheid zich kan voordoen. Hoogbegaafden zijn soms ook slimmer dan dat IQ-testen kunnen laten zien. Dan is er sprake van een plafondeffect. De hoogbegaafde kan simpelweg niet hoger scoren dan de hoogste score van de test.
Aangezien er nog weinig onderzoek en duidelijkheid is over wat hoogbegaafdheid precies inhoudt, komt het voor dat hoogbegaafdheid verkeerd gediagnositeerd wordt. Zo ontstaan er misdiagnoses als ADHD, OCD en ASS.
Muziektherapie bij hoogbegaafdheid
‘Uit het hoofd en in het lichaam’ is een terugkerend thema bij deze doelgroep. Vanuit de antroposofie wordt dit vaak benoemd als de balans vinden tussen het denken, voelen en doen. Bij deze drie gebieden horen respectievelijk melodie, harmonie en ritme (Damen et al., 2009). Ook het lichaam is hiermee verbonden; het hoofd is het denken, de romp is het voelen en het doen zit in de ledematen. Vandaar dat er in veel werkvormen het gebruik van bodypercussie en ritme naar voren komt. Een van de muziektherapeuten geeft hierover aan ” (…) omdat ritme belangrijk is bij alles; bij je ademhaling en je spijsvertering, maar ook het ritme van de dag. Al die ritmes en dat verankeren in de ledematen kan ervoor zorgen dat ze kind zich meer verbonden en thuis voelen in lichaam”.
“Dat wat we kunnen zien, kunnen we aanwijzen, maar dat wat we horen vraagt het maken van een innerlijke conclusie (want iedereen kan er iets anders in horen of ervaren).” Ook geeft deze muziektherapeut aan dat de oren mogelijk met het innerlijk te maken hebben en door deze te gebruiken, je dichter bij jezelf kan komen, omdat je jezelf afvraagt ‘wat hoor ik nu eigenlijk?’.
Door het gebruiken van de zintuigen wordt er geleerd om te zoeken, want het is niet altijd direct duidelijk wat het is. Daarmee kan geoefend worden met het zoeken naar mogelijkheden wat kan helpen op het moment dat de gedachte ‘ik weet het niet’ opkomt en het kind mogelijk minder vast komt te zitten.
Verder speelt ook mee dat het denken actief is, terwijl het uitvoeren van bewegingen vaak onbewust gaat. Door het herhalen van een beweging, kan het verinnerlijkt worden en is het makkelijker om in het moment te komen.
“Er is een verschil tussen aan de ene kant het cognitieve vermogen en aan de andere kant je fysieke vermogen wat in de werkvormen terugkomt” zegt één van de muziektherapeuten. Wanneer dit verschil zich verklankt/verdoet in de muziek, kan het besproken worden. “Het is dus het heel bewust bezig zijn met je lichaam als uitvoering voor de instrumenten en de bewustwording, de koppeling tussen de cognitie, je emotie en je fysieke gestel” vat één van de muziektherapeuten samen.
Het gaat er bij een improvisatie om het ‘zelf doen’, dit vraagt actie dat zich in het lichamelijke uit. Wanneer zowel de therapeut als cliënt samen spelen, zijn het twee individuen die “allebei iets eigens doen en de vraag is dan wat past waarbij? En juist bij deze doelgroep weten ze vaak hoe de hazen lopen en hoe het hoort. Maar de vervolgstap om het te doen, kan dan spannend zijn, want je moet je in een stroom begeven en daarmee dus uit het hoofd” voegt een muziektherapeut hieraan toe. “Muzikale improvisatie helpt hoogbegaafde kinderen om hun emoties te doorvoelen, te herkennen en te accepteren. Dat is essentieel, omdat juist deze emoties vaak aan de basis liggen van faalangst en innerlijke spanningen” geeft één van de muziektherapeuten aan.
Volgens een andere muziektherapeut klinkt een improvisatie in de muziek al snel naar iets en kan je er makkelijk van genieten en kan het leuk zijn om samen wat te doen.
Uitdagingen bij hoogbegaafdheid
In het boek ‘Meer dan intelligent’ geven Kieboom en Venderickx (2017) aan welke uitdagingen een hoogbegaafde kan ervaren. Ze geven verschillende concepten weer, zoals het zijnsluik, drie types hoogbegaafden en de ‘embodio’s’ (gebaseerd op het Griekse woord empódio: hindernis of barrière).Het hebben van hindernissen, uitdagingen en problemen wordt niet altijd verwacht bij hoogbegaafden. Daarom is het naar mijn mening erg belangrijk en goed dat zij hierover schrijven in hun boek. Hieronder vind je een compacte lijst. Wil je meer weten, lees dan zeker hun boek.
De elf embodio’s zijn vaak onbewust en kunnen ook bij niet-hoogbegaafde mensen voorkomen. De mate waarin en welke er voorkomen, is persoonsafhankelijk.
De embodio’s zijn als volgt:
· Jezelf als norm zien;
Dit kan ervoor zorgen dat de hoogbegaafde hoge eisen stelt aan zichzelf, maar ook aan de ander en hierdoor snel teleurgesteld raakt.
· Iets bereiken kost tijd;
Een vaardigheid leren kan voor hoogbegaafden lastig zijn. Het hoofd weet vaak in theorie hoe het zou moeten, maar om de omslag naar de praktijk te maken kan lastig zijn. Ook zijn er vaak veel nieuwe ideeën en kost het tijd voordat er verandering te zien is in de praktijk.
· Communicatie;
Hoogbegaafden kunnen praten zoals ze denken. Dit is dan te complex, direct, snel, moeilijk en/of gedetailleerd voor de luisteraar. Dit heeft natuurlijkerwijs gevolgen voor de interactie.
· Comfortzone verlaten;
Door de sterke argumentatie van de hoogbegaafde kan het voor henzelf en de omgeving al snel logisch zijn om in de comfortzone te blijven, maar hierdoor krijgen ze niet altijd de juiste uitdaging om hun volledig potentieel te ontwikkelen.
· Een fout moet triggeren om het beter te doen;
Veel hoogbegaafden zijn niet gewend om fouten te maken en hebben weinig ervaring met falen. De angst dat er mogelijk iets fout gaat, kan er al voor zorgen dat de hoogbegaafde iets niet doet en bijvoorbeeld in de comfortzone blijft.
· De lege toolbox;
De toolbox (vaardigheden die niet gaan om kennis, inzicht of inhoud) is bij hoogbegaafden vaak leger dan bij anderen. Zij hebben tools voor bijvoorbeeld planning niet nodig gehad, omdat ze het in hun hoofd konden doen. Wanneer iemand niet heeft leren leren (door tools te leren gebruiken), dan wordt dat lastig naar mate de hoeveelheid of complexiteit van de stof toeneemt.
· Heftige emoties;
Vanwege een ‘mismatch’, zoals Kieboom & Venderickx (2017) het noemen, tussen de hoogbegaafde en de omgeving, kunnen er sterke emoties optreden van bijvoorbeeld onmacht of gebrek aan omgaan met een situatie.
De antroposofische visie op bladzijde 13 kan een duidelijk beeld geven over hoe het denken, voelen en doen zich bij de hoogbegaafde verhoudt.
· Overpresteren;
Omdat hoogbegaafde vaak hoge prestaties kunnen neerzetten, verwachten zij (en de omgeving) dat vaak ook. Ze willen alles het liefst zo gedetailleerd en uitgebreid mogelijk voorbereiden, maar wanneer het (te) ingewikkeld wordt, kan het gevolg zijn dat de hoogbegaafde gaat overpresteren of ermee stopt.
· Weerstand;
Vooral bij onbegrip, onrechtvaardigheid, onverantwoordelijkheid of irritatie, kan zich dit uiten in kritische en pijnlijke momenten.
· Sociale omgang;
Sociale evenementen kunnen als zeer vermoeiend ervaren worden wat kan leiden tot een gebrek aan vriendschappen, eenzaamheid of ontwikkeld tot een sociale angst. Voor de hoogbegaafde wordt sociaal contact vaak als zinloos gebabbel ervaren wat vaardigheden in samenwerken of contacten onderhouden in de weg kan staan. Lees hierbij ook ´heftige emoties’ over de mismatch met de omgeving.
· Anders zijn
Omdat hoogbegaafden dingen anders aanpakken, ervaren of zien dan de omgeving, kan dit zorgen voor onzekerheid en verwarring bij de hoogbegaafde. Het gevoel van ‘anders zijn’ dan de rest.
Bekijk in de website de gratis downloadbare PDF met het boek ‘Creatief met creatieve denkers’. Een boek voor vaktherapeuten met praktische werkvormen, kennis en inzichten over behandeltrajecten met deze doelgroep.